Top Intervention

Begeleiding, Training & Therapie

 

Energetisch werk, Een vorm van therapie

Het energetisch werk is gericht op heelheid van de persoon, opdat denken, voelen en handelen op 1 lijn komen. Je denkt wat je weet. Je zegt wat je denkt. En je doet wat je zegt. Anders gezegd: de persoonlijkheid staat rechtstreeks in dienst van de ziel.

Op het methodische vlak richt het energetisch werk zich ook op heelheid want in wezen zijn we ook “heel”. Lichaam en geest zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden. Wat en hoe je denkt heeft invloed hoe je lichaam is en andersom. Omdat het lichaam zo concreet is nemen we bij energetisch werk het lichaam als beginpunt van het werk. Vanuit de ervaring komen we vanzelf bij de geest. Welke kernovertuigingen heeft de persoon over zichzelf en het leven. Welke emoties, gevoelens zijn er bij betrokken? Een ontspannen en vitaal lichaam correspondeert met een vrije en helder geest.

Er is een aantal concepten die de verbinding tussen lichaam en geest expliciet uitwerken. De theorie van de chakra’s en de Bio-energetica zijn daar twee voorbeelden van. De Bio-energetica is voor het energetisch werken van dusdanig belang dat ik hier later uitgebreid op in zal gaan.

Iedere vraag om hulp is in wezen een vraag over contact. Contact maken, contact houden is dan ook een basis principe van energetisch werk. Je zou kunnen zeggen dat in het energetisch werk aandachtigheid zowel oefening als doel is. Het gaat er om je bewust te worden van wat je voelt, denkt en doet een daar met je volle aandacht bij te zijn. Energetisch werk is en dan ook steeds weer opgericht om de aandacht die iemand heeft voor zijn lichaam en de signalen die et geeft, te vergroten en te verfijnen. Zo help je iemand in de gaten te krijgen wanneer en hoe hij gespannen en reactief wordt.

Aandacht is behalve doel ook een middel. Gehaastheid, onrustige gedachten en emoties hebben het effect dat we niet meer ervaren hoe het met ons is en wat onze verlangens en keuzes van het moment zijn. Op lichamelijk vlak drukt deze overspanning zich uit in allerlei onnodige spierspanningen. Deze stress vormt als het ware een soort afleidende ruis die voorkomt dat je voelt en dat inzichten tot je doordringen. Door je in het energetisch werken te richten op aandacht verlaag je de ruis. Je helpt de ander al zijn aandacht te richten op de ervaring van zichzelf, zonder het contact met de buitenwereld te verliezen. Je ervaart en je kunt tegelijkertijd getuigen wat je ervaart. Meestal begin je daarom in het energetisch werk met een overgang te maken van het diffuse, meer naar buiten gerichte, alledaagse bewustzijn, naar een staat van gefocuste meer naar binnen gericht aanwezig zijn.

Elke ervaring die je als mens hebt, elke interactie met het leven, wordt niet alleen beleefd en opgeslagen door de geest, maar ook door het lichaam. Als je bang bent, ben je niet alleen bevangen door gedachten wat er zou kunnen gebeuren en zie je door je geestesoog de Horror verschijnen, maar tril en beef je in je lichaam. Dit is in meer of mindere mate te zien, maar terwijl dat proces zich voltrekt op het lichamelijke niveau, kan je het op het mentale niveau net zo gemakkelijk ontkennen en beweren dat er niets aan de hand is. En ook dat kan weer in je lichaam zichtbaar worden als een vorm van verstarring of bevriezing.

Als je vrijer wilt worden van angst, zal je om te beginnen moeten willen ervaren dat je angstig bent. Vervolgens zal je niet alleen de beangstigende mentale plaatsjes en herinneringen moeten willen loslaten, maar net zozeer is het nodig om, voor zover mogelijk, je lichaam ook daadwerkelijk te helpen tot ontspanning te komen. Energetisch werk biedt hierin een uitkomst. Het helpt je je hoofd los te laten, je lichaam bewust te worden en de daarin opgeslagen spanningen en blokkades op te merken en wellicht ook los te laten. Als je deze energetische weg overslaat en alleen maar werkt aan je overtuigingen, loop je het risico dat je telkens weer in gehaald wordt door de realiteit van je lichaam. Je kunt dan wel tegen jezelf zeggen dat je niet bang hoeft te zijn, en je hoofd vullen met vrije, positieve gedachten, maar zolang je lichaam in staat van alarm blijft voegt je geest zich daar hoogstwaarschijnlijk vroeg of laat toch weer naar.

Lichaam en geest zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar voortdurend. Hoewel bijna iedereen dit zal beamen is het wetenschappelijk gezien en in de medische wereld nog steeds een radicale subversieve gedachte. Zo worden ziektes nog steeds bijna alleen op het fysieke niveau behandeld, alsof er geen verband zou zijn met hoe je in het leven staat.

Het verband tussen lichaam en geest is een delicaat gegeven. Het is heel vaak niet direct causaal van buitenaf te analyseren. Veel te gemakkelijk wordt het door jan en alleman gebruikt om schuldvragen op te lossen en mensen met de ziekte kanker tot ”kankeraars”te bestempelen. Wat de oorzaak is van wat zich in het fysieke bestaan voordoet, is voor onze beperkte geest vaak helemaal niet te doorgronden. Gods wegen, de wegen van het leven zijn met recht ondoorgrondelijk te noemen. Wie dit mysterie niet eert, wordt hoogmoedig en zal met zijn vermeende inzichten en verbanden mensen eerder dieper schaden, dan het zo noodzakelijke begin van heling bieden. Men dient dus voorzichtig te zijn op dit vlak, weet dat de verbanden er zijn, maar laat je niet teveel verleiden ze te analyseren. Laat dat wat via de energetica in het lichamelijke gebied gebeurt ook zijn eigen onherleidbare werking hebben en spreek ook de mensen aan met wie je werkt als ze het allemaal teveel proberen te analyseren.
 

Geschiedenis en ontwikkeling van de bio-energetica

  Wilhelm Reich

In de psychologie is het Wilhelm Reich geweest die als eerste het psychosomatische verband legde. Als leerling van Freud liet ook hij zijn leerlingen op een sofa liggen, maar wat hem steeds meer fascineerde was niet zozeer de inhoud van de verhalen die hij hoorde als wel wat hij zag dat er met het lichaam daar op die sofa gebeurde. De ademhaling, vergroting en vernauwing van de puppillen, het geluid van de stem, de gesegmenteerdheid van het lijf.

Hij liet patiënten opstaan en ging oefeningen met ze doen, waardoor ze bewust werden van wat hun lichaam hen vertelde. Gaande weg ontwierp hij zijn bio-energetische theorie, met als uitgangspunt de leer der karakterstructuren. Hij ontwikkelde een groot arsenaal aan oefeningen om door de karakterstructuren heen te breken en de levensstroom weer in het gehele lichaam ervaarbaar te maken. In dit kader sprak hij over de z.g. orgasme reflex, de spontane, gecontroleerde afwisseling van lading en ontlading door het gehele organisme heen. Zijn manier van werken om die reflexbeweging weer stromend te krijgen was radicaal doortastend en direct, maar niet al te subtiel en met weinig respect voor de weerstand.

De belangrijkste leerlingen en opvolgers van Reich zijn Alexander Lowen en John Pirrakos. Ze hebben de psychologie achter de energetica verder uitgediept en meer inzicht ( en daarmee ook respect) gegeven in hoe in het kinderleven afsplitsing en pantering ontstaat. Om te beginnen, zo stellen zij beide, is er een eenheid zowel in lichaam en geest, als in kind en omgeving (moeder) . Als klein kind heb je geen honger, maar ben je honger, van top tot teen. Als je niet gevoed wordt huil je, en als ook dat niet werkt, schreeuw je en wordt je boos, ook weer van top tot teen, zonder enige relativering of begrip van waarom er geen antwoordt komt. Nog steeds ben je in eenheid, maar als er dan weer geen antwoordt komt, dan breekt je kinderlijke wereld in stukken, en leer je dat er een scheiding is tussen “ik” en jou “omgeving”. Dat is werkelijke pijn, en omdat die pijn voor jou als kind iets absoluut is, kan je niets anders doen dan je af te splitsen van de behoeftes die je die pijn kunnen opleveren. In plaats van bijvoorbeeld je behoefte als kind te voelen en uit te reiken, trek je je terug in jezelf en tegelijk met die mentale terugtrekking trek je ook je armen in

.
John Pirrako

Volgens Lowen hebben wij allemaal als het ware een tweede lichaam om ons oorspronkelijke lichaam heen, het lichaam van de karakterstructuur, jou vlees geworden geschiedenis met het lot. Bij elke karakterstructuur werkt dit mechanisme op zijn eigen manier. Als schizoïde structuur trek je je terug van de onveiligheid die je ervaart en houd je jezelf samen om niet van angst in tienduizend stukjes uiteen te vallen. Als orale structuur houdt je jezelf vast om je behoeftes niet te hoeven voelen. Als masochist houdt je je in en houdt je het uit om je agressie en de mogelijke gevolgen daarvan niet te hoeven ervaren. Als rigide structuur houdt je jezelf achter, in het bijzonder je gevoelens van liefde en/of lust zodat je daar niet in teleurgesteld kan worden. Als psychopaat houdt je je groot, om geen hulp te hoeven vragen en zo mogelijk vernederd te worden. Het uitgebreide energetisch instrumentarium dat Lowen en Pirrakos hebben ontwikkeld, is er opgericht om je door het secundaire lichaam van je’houden’ heen weer in contact te brengen met je oorspronkelijke pijn en behoeftes. Dit opdat het zichzelf bevestigende en – versterkende lijden wat ontstaat door het in verdediging zijn, kan worden doorbroken. Van het neurotische lijden dat je jezelf aandoet, kom je weer terecht bij de existentiële pijn van je geschiedenis en vonken van je verlangens daar achter.

Het belangrijkste verschil daarbij tussen Lowen en Pirrakos is dat Lowen de mens toch uiteindelijk benaderd als een slachtoffer van zijn omgeving, en daarmee de oorzaak en de schuld van de pantsering en de daaruit voortkomende problemen legt bij de ouders en bij onze lichaamsvreemde samenleving. Dit in tegenstelling tot Pirrakos, die stelt dat het kind zijn verdediging als het ware al het leven als karma mee inneemt. De ouders zijn daarbij niet meer dan diegene die het het kind mogelijk maken om de karakterstructuur die hij al in zich had naar buiten te brengen. Pirrakos ziet de mens primair als de schepper en meester van zijn eigen bestaan. Zijn manier van werken is er dan ook op gericht om van beide karakterstructuur mensen te helpen weer in contact te komen met hun ongeschonden spirituele aard en levensstroom. Bij Lowen echter dient het geslachtofferde kind uitputtend te werken aan de ouders en aan de verdrongen behoeftes en slechts als daar zijn wonden geheeld zijn is hij in staat zijn energie te laten stromen.

Binnen het ITIP zijn wij het spirituele spoor van Pirrakos gaan volgen, met behoud van de waarde van de psychologie van Lowen. De Psychologische beschouwingswijze waar in je het verleden en de ouders de schuld kunt geven is werkbaar in die zin dat het je helpt te zien hoe je gevormd bent, hoe je patronen hebt opgebouwd, hoe dat werkt en wat je daardoor mist en gemist hebt. Het ontkend echter in zijn causale manier van denken je eigen zelfstandige scheppingskracht, hoe jij ook zelf beginpunt bent geweest. Bovendien komt er in het therapeutische werk ook een natuurlijk moment van loslaten, van het terug geven van je ouders aan zichzelf en van dankbaarheid. Het diepe inzicht kan daarbij ontstaan dat jij met jou ouders samen die setting samen gecreëerd hebt, waarin je via het je verdedigen iemand hebt kunnen worden. En dat die pantsering dus geen fout is maar een noodzakelijk iets. Sterker nog dat die pantsering zin kan krijgen en tot expressie mogelijkheid getransformeerd kan worden. Zoals de snaren van een viool gespannen moeten zijn, wil er muziek mee gemaakt kunnen worden, zo is dat ook met je verdediging mechanisme: dank zij hen kun jij jou eigen unieke klanken maken.

 

Geen enkel kijk is zaligmakend en gezonde ontwikkeling en een goede aanpak van persoonlijke problemen kan op verschillende gebieden, soms tegelijkertijd, aangepakt worden. Van psychotherapie tot het volgen van een dieet. Van meditatie tot emotioneel lichaamswerk. Steeds dient er op gelet te worden dat de methode geen doel op zich wordt.

George van Veen

Bron: ITIP school voor leven en werk
www.itip.nl